Overzicht

Migratie en verpakkingen

Materialen en voorwerpen, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, moeten aan bepaalde Europese en nationale wet- en regelgevingen voldoen.
Het Belgisch Verpakkingsinstituut (BVI) levert advies in deze wetgeving en voert bijbehorende testen uit op allerhande voedselcontactmaterialen (zoals verpakkingen, keukengerei, machine-onderdelen uit de voedselverwerkende industrieën…).

Onze diensten
De Europese kaderverordening 1935/2004 stelt dat alle materialen en voorwerpen, die bestemd zijn om rechtstreeks of onrechtstreeks met levensmiddelen in contact te komen, voldoende inert moeten zijn om aan de levensmiddelen geen bestanddelen af te geven in hoeveelheden die
- voor de gezondheid van de mens gevaar kunnen opleveren
- tot een onaanvaardbare wijziging in de samenstelling van de levensmiddelen kunnen leiden
- tot een aantasting van de organoleptische eigenschappen van de levensmiddelen kunnen leiden (smaak, geur, kleur…)
Om aan te tonen dat voedselcontactmaterialen conform zijn met deze wetgeving, moeten ze aan testen onderworpen worden.
Het BVI is geaccrediteerd voor het uitvoeren van globale migratietesten (de resultaten hierover informeren over de inertheid van het materiaal) en voert zelf ook Robinsontesten uit (smaaktest). Het BVI heeft ook goede samenwerkingsbanden met diverse labo’s om bijkomende analyses uit te voeren.

Consultancy
Het BVI volgt de nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de Europese wet- en regelgeving voor voedselcontactmaterialen van zowel kunststoffen als andere materialen op. Het heeft ervaring in het interpreteren van de wetgeving en is daardoor in staat om deze wetgeving te implementeren op allerhande voedselcontactmaterialen.
Het BVI ondersteunt bij het opstellen van testprogramma’s, gerelateerd aan de toepassing van de voedselcontactmaterialen, en assisteert bij de evaluatie en opstelling van een ‘Verklaring Van Overeenstemming’ of andere documenten.
 

  • Migratietesten

    Afhankelijk van de werkelijke toepassing van het voedselcontactmateriaal worden migratietesten met diverse simulanten en onder verschillende contactomstandigheden uitgevoerd.
    De Europese Verordening 10/2011 en amendementen beschrijven de simulanten en testcondities voor kunststoffen voedselcontactmaterialen.

    • - Simulant A: 10% ethanol
    • - Simulant B: 3% azijnzuur
    • - Simulant C: 20% ethanol
    • - Simulant D1: 50% ethanol
    • - Simulant D2: plantaardige olie (olijfolie)
    • - Simulant E: MPPO (Tenax®)
    • - Vervangsimulanten voor simulant D2: 95% ethanol en iso-octaan

    Dezelfde simulanten en testcondities worden gebruikt voor ander dan kunststoffen contactmaterialen: papier en karton, metaal, coatings, rubber, siliconen…

    Volgens de Verordening 10/2011 zijn de contacttemperaturen bepaald op basis van een “worst case”-aanpak; ze variëren van 5° C (koelkasttemperatuur) tot 175° C (voor temperaturen tussen 150° C en 175° C) of de temperatuur aan het oppervlak van het levensmiddel. Op dezelfde manier werden de contacttijden vastgelegd; zij variëren traditioneel van 5 minuten tot 10 dagen.

  • Globale migratietesten

    De globale migratie geeft een algemeen beeld over de inertheid van een contactmateriaal. Alle componenten die migreren, worden samen gemeten. De maximale limiet bedraagt 10 mg per dm² materiaal of 60 mg per kg levensmiddel.

    Het BVI is geaccrediteerd voor het uitvoeren van globale migratietesten met alle simulanten (BELAC Nr. 282-TEST).
    Voor het bepalen van de globale migratietest wordt de Europese norm EN 1186 gehanteerd.
     

  • Specifieke migratietesten

    Bij specifieke migratie wordt er gekeken naar afzonderlijke componenten die vanuit het materiaal naar het levensmiddel kunnen migreren. De ‘Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid’ (EFSA) legde voor diverse componenten grenswaarden vast (specifieke migratielimieten, groepsrestricties…).
    Bij specifieke migratietesten wordt er op voorhand vastgelegd welke componenten onderzocht zullen worden. Afhankelijk van de componenten worden verschillende analysemethodes toegepast.
    Specifieke migratietesten worden conform de Europese norm EN 13130 uitgevoerd.

  • Bepalen restgehalte van bepaalde componenten

    De nationale en internationale wet- en regelgeving op gebied van voedselcontactmaterialen stelt grenzen aan de aanwezige gehaltes van bepaalde stoffen in de contactmaterialen.
    (bv. vinylchloride monomeer)
    De restgehaltes van deze stoffen dienen gecontroleerd te worden.

  • Bepaling van het gehalte aan metalen in verpakkingsmaterialen

    De Europese Richtlijn 94/62/EC en amendementen betreffende verpakking en verpakkingsafval stellen de totale concentraties van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom, aanwezig in een verpakkingsmateriaal, de maximale limiet van 100 ppm niet mogen overschrijden.
    De concentratie van deze metalen kunnen zowel in verpakkingsmaterialen als in andere producten bepaald worden.

  • Organoleptische test

    Robinsontest

    • Een Robinsontest wordt aanzien als de meest aangewezen sensorische analysemethode voor het evalueren van de invloed van verpakkingsmaterialen op de organoleptische kwaliteit van levensmiddelen.
    • Bij een Robinsontest worden mogelijke smaakverschillen, veroorzaakt door een verpakkingsmateriaal, beoordeeld door een panel aan de hand van melkchocolade.
    • Het BVI voert Robinsontesten uit volgens de “Analytical Methods of the Office International du Cacao et du Chocolat. Transfer of packaging odours to cocoa and chocolate products (according to L. Robinson).” (Analytical Methods page 12 – E/1964). Dezelfde methode is ook beschreven in de Europese norm EN 1230-2.

    Triangletest (ISO 4120)

    • Bij een triangletest wordt door een panel nagegaan of twee levensmiddelmonsters op een significante manier van elkaar kunnen onderscheiden worden op basis van de smaak.

  • Andere testen op FCM

    Het BVI heeft de mogelijkheid om tal van bijkomende analyses aan te bieden, gerelateerd aan de specifieke behoeften van het te onderzoeken materiaal.
    (bv. analyse van minerale oliën)