Overzicht

FAQ

Milieu

  • Identificatiecodes en recyclagesymbolen op verpakking

    Welke identificatiecodes en recyclagesymbolen kan ik aanbrengen op mijn verpakking? Met welke wetten en normen moet ik rekening houden?

    Systeem van merktekens en identificatie:

    Op Europees vlak verplicht de Richtlijn 1994/62 EG met betrekking tot verpakking en verpakkingsafval de Lidstaten bepaalde quota inzake recyclage en terugwinning te behalen. In deze Richtlijn wordt ook een bepaling gewijd aan het systeem van merktekens en identificatie. In uitwerking van deze bepaling is dan ook het Besluit van de Europese Commissie 1997/129 EG verschenen met betrekking tot de identificatiesystemen voor verpakkingen. Hierin worden aan alle verpakkingsmaterialen codes en afkortingen toegekend, teneinde de verpakkingsmaterialen te kunnen identificeren met het oog op het vergemakkelijken van inzameling, hergebruik, terugwinning met inbegrip van recyclage. Het betreft momenteel nog een vrijwillig systeem met volgende opdeling:

    Materiaal Afkorting Nummering
    Polyethylene terephtalate PET 1
    High density polyethylene HDPE 2
    Polyvinyl chloride PVC 3
    Low density polyethylene LDPE 4
    Polypropylene PP 5
    Polystyrene PS 6

    Er werd verder nog ruimte overgelaten van 07 tot en met 19 om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën nog andere kunststoffen te specifiëren.

    Materiaal Afkorting Nummering
    Corrugated fibreboard PAP 20
    Non-corrugated fibreboard PAP 21
    Paper PAP 22

    Er werd verder nog ruimte overgelaten van 23 tot en met 39 om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën nog andere soorten karton te specifiëren.

    Materiaal Afkorting Code
    Staal FE 40
    Aluminium FE 41

    Er werd verder nog ruimte overgelaten van 42 tot en met 49 om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën nog andere metalen te specifiëren.

    Materiaal Afkoring Code
    Hout FOR 50
    Kurk FOR 51

    Er werd verder nog ruimte overgelaten van 52 tot en met 59 om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën nog andere soorten te specifiëren.

    Materiaal Afkorting Code
    Katoen TEX 60
    Jute TEX 61

    Er werd verder nog ruimte overgelaten van 62 tot en met 69 om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën nog andere textielsoorten te specifiëren.

    Materiaal Afkorting Code
    Kleurloos glas GL 70
    Bruin glas GL 71
    Groen glas GL 72

    Er werd verder nog ruimte overgelaten van 73 tot en met 79 om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën nog andere glassoorten te specifiëren.

    Composiet Materiaal Afkorting Code
    Paper & fibreboard/miscellaneous metals C/* 80
    Paper & fibreboard/plastic C/* 81
    Paper & fibreboard/aluminium C/* 82
    Paper & fibreboard/tinplate C/* 83
    Paper & fibreboard/plastic/aluminium C/* 84
    Paper & fibreboard/plastic/aluminium/tinplate C/* 85
         
    Plastic/aluminium C/* 90
    Plastic/tinplate C/* 91
    Plastic/miscellaneous metals C/* 92
         
    Glass/plastic C/* 95
    Glass/aluminium C/* 96
    Glass/tinplate C/* 97
    Glass/miscellaneous metals C/* 98

    (*) Afkorting : C plus afkorting van het dominant materiaal (C/ )
    Er werd verder nog ruimte overgelaten om overeenkomstig nieuwe ontwikkelingen en technologieën andere composieten te specifiëren.

    Symbolen voor "recycleerbaarheid" of "gerecycleerd" :

    Kunststof
    Algemeen wordt voor kunststof de mobiusloop (3 in elkaar draaiende pijlen) gecombineerd met cijfers/afkortingen gebruikt. Dit is afkomstig van de DIN norm 6120 met betrekking tot de markering van kunststof verpakking en verpakkingsmaterialen met het oog op de recyclage. Dit systeem wordt tevens gepromoot door de Society of Plastic Engineers (SPI) in Amerika.
    Een voorbeeld voor LDPE   

    Karton
    Voor karton wordt hier algemeen de mobiusloop (3 in elkaar draaiende pijlen) gebruikt. Let wel : Alle Lidstaten hebben de Richtlijn 1994/62 EG uitgewerkt in eigen nationale wetgevingen. In het kader van recyclage, zijn er dan ook heel wat organisaties in de Lidstaten opgericht die zich hiermee bezighouden. Zo heb je in Duitsland bv. de organisatie RESY die instaat voor de terugwinning van kartonnen verpakkingsafval. Indien je bij hen aansluit, mag je het resy-symbool (is ook de mobiusloop maar dan voorzien van uw aansluitingsnummer bij Resy) op uw verpakking vermelden. Meer info: http://www.resy.de/


    Metalen
    Met betrekking tot aluminium wordt onderstaand logo gebruikt om de recycleerbaarheid aan te tonen. Binnenin de ronddraaiende pijlen wordt het chemisch symbool voor aluminium opgenomen (al) of meer gebruikelijk (alu)

    Voor staal heeft APEAL (Vereniging van Europese Staalproducenten) een logo ontworpen dat de goede recycleerbaarheid aanduidt van de stalen verpakkingen. Het logo symboliseert de unieke aantrekkingskracht tussen de stalen verpakkingen en een magneet, waardoor deze fractie gemakkelijk te scheiden valt van het overige huisvuil.


    Glas
    De Europese glasindustrie promoot het gebruik van onderstaand logo om de consumenten ertoe aan te zetten hun glas in de voorzien glasbollen te deponeren.

  • Wegwijs in bioplastics

    1. Inleiding

    In het recente verleden is er bij de overheden en bij het grote publiek een groeiende belangstelling voor de vermeende ecologische voordelen van kunststoffen die biodegradeerbaar zijn of die gemaakt worden van hernieuwbare grondstoffen. De fabrikanten van kunststofverpakkingen en van andere kunststofproducten worden bijgevolg meer en meer geconfronteerd met vragen over de eigenschappen en het gebruik van de zogenaamde “bioplastics”. Met dit document wil Plaremec, het overlegplatform voor de mechanische recycling van kunststoffen, een antwoord geven op de meest essentiële vragen. De bedoeling ervan is tweeërlei: • verwarring voorkomen bij overheid en publiek over wat onder “bioplastics” wordt verstaan en vermijden dat als gevolg van deze verwarring onverstandige beleidskeuzes worden gemaakt; • een beter inzicht geven aan de kunststofverwerkers en aan de potentiële gebruikers van de opportuniteiten en de beperkingen van deze nieuwe tak van de kunststofindustrie.

    2. Wat te verstaan onder “bioplastics”?

    Naargelang de omstandigheden wordt aan het begrip “bioplastics” twee totaal verschillende betekenissen gegeven, wat tot verwarring kan leiden: • een betekenis met betrekking tot de functionele eigenschappen: kunststoffen die biodegradeerbaar of composteerbaar zijn; • een betekenis met betrekking tot het gebruik van grondstoffen: kunststoffen die gemaakt zijn van hernieuwbare plantaardige grondstoffen. Het is zeer belangrijk een duidelijk onderscheid te maken tussen beide begrippen: kunststoffen op basis van plantaardige grondstoffen zijn niet altijd biodegradeerbaar en biodegradeerbare kunststoffen zijn niet noodzakelijk gemaakt van plantaardige grondstoffen. Beide concepten staan naast elkaar en beantwoorden aan verschillende maatschappelijke verwachtingen.

    3. Biodegradeerbare en composteerbare kunststoffen

    Een materiaal is biodegradeerbaar wanneer de afbraak het gevolg is van de actie van micro-organismen (zwammen, bacteriën) waardoor het materiaal uiteindelijk wordt omgezet in water, biomassa, CO2 en/of methaan , ongeacht de tijd die hiervoor nodig is. Composteerbare kunststoffen worden afgebroken bij het composteren met een snelheid die vergelijkbaar is met die van andere gekende composteerbare materialen (bvb. groenafval). M.a.w. een materiaal is composteerbaar wanneer het afbreekproces compatibel is met de werkingsomstandigheden qua temperatuur, vochtigheid en tijd, van een huishoudelijke of industriële composteerinstallatie. Hierbij dient te worden opgemerkt dat composteerbare materialen biodegradeerbaar zijn, maar niet alle biodegradeerbare materialen zijn composteerbaar. In Europa wordt de composteerbaarheid van producten beoordeeld volgens de geharmoniseerde norm EN 13432. Volgens deze norm moet de afbraak plaats vinden binnen 6 tot 12 weken om te voldoen aan de eisen van de huidige composteerinstallaties. Er bestaan certificatiesystemen en kwaliteitslabels die waarborgen dat composteerbare producten, gemaakt van biodegradeerbare materialen, aan deze norm voldoen. Dankzij nieuwe technologieën kunnen ook klassieke kunststoffen afbreekbaar worden gemaakt door het toevoegen van een additief. Het additief initieert een oxidatieproces en nadat de moleculaire massa voldoende is verkleind wordt de kunststof verder verteerd door micro-organismen: dit proces noemt men oxo-biodegradatie. Deze producten voldoen niet aan de huidige normen voor biodegradeerbaarheid/composteerbaarheid, maar in sommige landen zijn specifieke normen voor oxo-biodegradeerbare producten in ontwikkeling. Biodegradeerbare of composteerbare kunststoffen kunnen interessante oplossingen bieden voor gebruik in welbepaalde toepassingen of voor het afvalbeheer in specifieke omstandigheden. Zij worden al langer gebruikt in bijvoorbeeld de medische wereld, in verpakkingen en in de landbouwsector, wanneer de afbreekbaarheid van het materiaal gewenst wordt. Enkele voorbeelden:
    • Verpakking van voedingswaren: maakt het mogelijk de verpakte goederen samen met de verpakking te verwerken na verloop van de vervaldatum of wanneer het product bedorven is.
    • Landbouw: de grondbedekkingsfolie kan na het teelseizoen worden omgeploegd.
    • Medisch: afbreekbare kunststoffen worden gebruikt voor wondgaren en voor het inkapselen van farmaceutische substanties.
    Men stelt de afbreekbare kunststofverpakkingen soms voor als een oplossing voor het zwerfvuil. Dit is echter meestal niet het geval. Wanneer de vereiste omstandigheden van micro-organismen, vochtigheid en temperatuur niet aanwezig zijn, dan kan de biologische afbraak zeer traag verlopen en zelfs over meerdere jaren. Het ondoordacht promoten van afbreekbare kunststoffen kan het zwerfvuilprobleem zelfs vergroten omdat de consument in de waan kan zijn dat het afval in de natuur snel zal verdwijnen. Zwerfvuil is in de eerste plaats een probleem van onverantwoord gedrag. Preventie ervan vereist een combinatie van bewustmaking, opvoeding, bestraffing en een efficiënt afvalbeheer.

    4. Voordelen van biodegradeerbare producten

    Tussen afbreekbare en niet-afbreekbare kunststoffen zijn er verschillen die beide materiaalgroepen minder of meer geschikt maken voor welbepaalde toepassingen. Kunststoffen worden hoofdzakelijk gebruikt in “duurzame” toepassingen (voor de bescherming van voedingswaren, in transportmiddelen, bouwproducten, …) en afbreekbaarheid is slechts wenselijk in eerder uitzonderlijke omstandigheden. Wanneer afbreekbaarheid geen problemen stelt voor het gebruik, dan kan het wel bijkomende mogelijkheden bieden voor het afvalbeheer. Hiervan wordt best gebruik gemaakt wanneer het bijzondere voordelen biedt voor de gebruiker van het product. Enkele voorbeelden:
    • Gezamenlijk composteren van serviceverpakkingen met voedselresten;
    • Plantgoed in biologisch afbreekbare potjes;
    De keuze voor een biodegradeerbaar materiaal is niet gebonden aan een bepaald type grondstof: het kan zowel worden gemaakt van hernieuwbare grondstoffen zoals zetmeel of melkzuur, als van fossiele grondstoffen. Materialen worden best gekozen op basis van hun eigenschappen en een evaluatie van de volledige levenscyclus. Het is niet correct te veronderstellen dat afbreekbare of composteerbare kunststoffen per definitie milieuvriendelijker zouden zijn dan andere kunststoffen.

    5. Beschouwingen omtrent het afvalbeheer

    Ook voor het afval dat afbreekbare of composteerbare kunststoffen bevat moeten alle opties open blijven voor een milieuefficiënte valorisatie, met inbegrip van energieterugwinning. Naast de al bestaande mogelijkheden voor de valorisatie van kunststofafval – mechanische recycling, feedstock recycling en energieterugwinning – kan het afval van biodegradeerbare kunststoffen ook worden verwerkt bij middel van composteren (aerobische afbraak) of vergisting (pan-Arabische afbraak). Om een verstoring van de verwerkingsinstallaties te vermijden is het wel belangrijk dat zij geen kunststofafval te verwerken krijgen dat niet voldoet aan de “ingangsvoorwaarden”. Uit sommige studies blijkt dat ook voor afbreekbare kunststoffen energierecuperatie een beter resultaat kan geven dan composteren omdat de energie-inhoud van het materiaal dan een nuttige aanwending krijgt. De recuperatiesector merkt hierbij op dat de vraag naar gerecycleerde kunststof veel groter is dan het aanbod en dat recyclage tot nieuwe kunststofproducten de grootste milieuwinst geeft. Producten van afbreekbare kunststoffen mogen dan ook niet vermengd geraken met kunststofafval dat selectief wordt ingezameld voor mechanische recycling of moeten hieruit gemakkelijk af te scheiden zijn. Daartoe dienen biodegradeerbare kunststofproducten duidelijk herkenbaar te zijn in functie van een goede scheiding aan de bron. Na een correcte scheiding moet de selectieve stroom in een daarvoor geschikte installatie terecht komen.

    6. Kunststoffen gemaakt van hernieuwbare grondstoffen

    De term “bioplastics” wordt ook gebruikt voor kunststoffen die gemaakt worden van biomassa. Onder “biomassa” verstaat men materiaal van biologische oorsprong met uitzondering van fossiele organische grondstoffen zoals aardolie, aardgas, steenkool, bruinkool en turf. Men gebruikt vooral de volgende 3 argumenten om hernieuwbare organische grondstoffen voor de productie van kunststoffen te promoten:

    1. Strategisch: minder verbruik van eindige fossiele grondstoffen, vooral dan aardolie. Vandaag vindt aardolie volgende toepassingen: - 87% voor verwarming en vervoer (energie) - 9 % voor chemicaliën en andere producten (bvb. asfalt) - 4% als grondstof voor het maken van kunststof Kunststoffen gemaakt van biomassa vertegenwoordigen op heden minder dan 1% van de kunststofmarkt. Hoewel de prijsstijging van aardolie aanspoort tot het zoeken van alternatieve grondstoffen, zal het effect hiervan op het aardoliegebruik in de nabije toekomst erg beperkt blijven.
    2. Ecologisch: men ziet het gebruik van hernieuwbare grondstoffen als een bijdrage tot de klimaatbeheersing, wanneer daardoor de uitstoot van broeikasgassen, hoofdzakelijk CO2, kan worden gereduceerd. In de huidige productieomstandigheden zijn de ”bioplastics” echter niet CO2-neutraal. Zowel bij het telen van de biomassa, als bij de verwerking ervan tot een kunststof, worden fossiele brandstoffen verbruikt. Men mag ook niet over het hoofd zien dat in vele toepassingen kunststoffen, dankzij hun licht gewicht, isolerende eigenschappen, efficiënte productietechnieken en lange levensduur, energie besparen en emissies van broeikasgassen beperken. Hun uitmuntende prestaties mogen niet in gevaar komen door bij de keuze van de materialen te veel aandacht te geven aan de grondstoffencomponent.
    3. Landbouwbeleid: steun voor hernieuwbare grondstoffen betekent ook steun voor landbouwers binnen de EU. Niet alleen ontstaan nieuwe afzetmarkten voor de landbouwproducten, maar de steun aan het gebruik van landbouwproducten in industriële toepassingen is niet beperkt door overeenkomsten binnen de Wereldhandelsorganisatie (WHO). Maar ook hier zal de markt spelen: onvermijdelijk zal er competitie ontstaan tussen het gebruik van biomassa voor voedingsproducten, voor biofuel en als feedstock voor de chemische industrie en de productie van kunststoffen. De toekomstige keuzes zullen worden beïnvloed door discussies over waterverbruik, uitputting van landbouwgronden, het gebruik van genetisch gewijzigde gewassen en de biodiversiteit.

    Samenvattend kan worden gesteld dat kunststoffen kunnen worden gemaakt van verschillende al dan niet hernieuwbare grondstoffen op basis van koolstofverbindingen. Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen zal op korte termijn eerder een beperkt effect hebben op de grondstoffensituatie en de klimaataspecten. Op langere termijn moet zeker de beschikbaarheid van biomassa voor de productie van kunststoffen worden verzekerd. In heel deze discussie mag niet over het hoofd worden gezien dat kunststoffen in zeer vele toepassingen een bijdrage leveren tot energiebesparing, wat in het klimaatdebat de allerhoogste prioriteit heeft.

    7. Voordelen van het gebruik van hernieuwbare grondstoffen

    Hernieuwbare grondstoffen kunnen een bijdrage leveren tot het bereiken van de Kyoto-doelstellingen, door het rechtstreekse gebruik van biomassa voor energieproductie (biofuel) of door biomassa te gebruiken in industriële productieprocessen (bvb. bioplastics), met bij voorkeur energieterugwinning op het einde van de nuttige toepassing. Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen in de kunststofindustrie kan hiertoe in de voorzienbare toekomst slechts een beperkte bijdrage leveren, meer resultaat is te verwachten van bijkomende energiebesparingen en hiertoe leveren de kunststoffen wel degelijk een belangrijke bijdrage. Een hele reeks politieke verklaringen, persartikels en uitspraken van fabrikanten en gebruikers van ”bioplastics” geven de indruk dat deze materialen per definitie milieuvriendelijker zouden zijn dan de andere kunststoffen. Dit wordt tegengesproken door een recente levenscyclusanalyse die de milieukosten van kunststof drankbekertjes van hernieuwbare grondstoffen vergelijkt met die van fossiele grondstoffen. Algemene uitspraken over de ecologische impact van de producten zijn dus niet mogelijk, de vergelijking dient geval per geval te worden gemaakt met behulp van een LCA (levenscyclusanalyse) volgens de ISO 14040 normen. In de levenscyclus van kunststof producten op basis van hernieuwbare grondstoffen moet rekening worden gehouden met de milieu-impact van landbouwprocessen en van het daaropvolgende industriële verwerkingsproces, waarbij land en water worden gebruikt, evenals meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en energie, met bijhorende emissies. Ook het afbraakproces van een biodegradeerbaar product kan bijkomende emissies veroorzaken. Producten die worden gemaakt van kunststoffen op basis van hernieuwbare grondstoffen kunnen weliswaar in bepaalde omstandigheden leiden tot minder CO2 -emissies, vooral wanneer zij op het einde van hun leven worden verbrand met energieterugwinning, waarbij fossiele brandstof wordt vervangen. In andere omstandigheden kan de hoge energiekost om de landbouwgewassen te verwerken zwaarder doorwegen dan een min of meer CO2 -neutrale verwerking van het afval, waarbij de totale balans negatief kan zijn uit het oogpunt van efficiënt energiebeheer en klimaatbeheersing.

    8. Opportuniteiten voor de kunststofindustrie en haar klanten

    De innovaties in het domein van de ”bioplastics” bieden bijkomende mogelijkheden voor de kunststofindustrie, voor haar klanten en voor de maatschappij in haar geheel:

    een verbreding van de grondstoffenbasis zal, bij een juiste kwaliteit en prijs, de competitie bevorderen;

    deze nieuwe materialen maken gebruik van het bestaande machinepark bij de kunststofverwerkende bedrijven;

    zij openen nieuwe toepassingsdomeinen, dikwijls niche producten met een hoge toegevoegde waarde;

    in specifieke situaties biedt de afbreekbaarheid bijkomende mogelijkheden voor het gebruik van de producten;

    deze nieuwe materialen kunnen drager zijn van een marketing boodschap die het verpakte product ondersteunt, bvb. een  composteerbare verpakking voor biologisch geteelde producten; een kunststofverpakking gemaakt van aardappelzetmeel voor het       verpakken van aardappelproducten.

    9. Besluit Plaremec

    Plaremec, het overlegplatform voor de mechanische recyclage van kunststofafval, verwelkomt innovaties en ontwikkelingen die de kunststofproducten toelaten beter te voldoen aan de eisen van hun toepassing, waarbij afbreekbaarheid en composteerbaarheid in bepaalde omstandigheden een bijkomend voordeel bieden. Het gebruik van biomassa als een hernieuwbare grondstof verbreedt de grondstoffenbasis, maar kan in de nabije toekomst slechts in beperkte mate bijdragen tot energiebesparing en het terugdringen van de broeikasgassen. Beslissingen met betrekking tot het gebruik van kunststoffen die al dan niet biodegradeerbaar zijn of gemaakt van biomassa, moeten worden genomen op basis van wetenschappelijk onderbouwde criteria en vanuit een levenscyclusbenadering. Een arbitraire discriminatie van de meer klassieke kunststoffen is niet te verantwoorden. Wanneer een ”bioplastic” niet echt de beste keuze is voor een bepaalde toepassing, dan zal een discriminatie op basis van principiële overwegingen leiden tot concurrentieverstoring en de innovatie in de hele keten van kunststoffenproducent tot de afvalverwerking beperken. Plaremec steunt de ontwikkeling van Europese normen voor composteerbare en biodegradeerbare kunststoffen om aldus correcte mededingingsvoorwaarden te creëren voor de aanbieders en de gebruikers van deze materialen. Plaremec wenst een correcte concurrentieverhouding tussen de nieuwe materialen en de andere kunststoffen, zodat “bioplastics” toepassingen krijgen daar waar zij bijkomende voordelen bieden. Plaremec ziet het echter eveneens tot haar taak te waarschuwen voor onrealistische verwachtingen zoals het idee dat biodegradeerbare kunststoffen een oplossing zouden zijn voor het zwerfvuil, dat zij een alternatief zouden zijn voor de recycling of de energetische valorisatie van kunststofafval of dat kunststoffen op basis van biomassa op korte termijn het gebruik van kunststoffen op basis van aardolie kunnen vervangen.

    (Bron: dit document is in september 2006 tot stand gekomen door overleg tussen de leden van Plaremec, op basis van een intern discussiedocument van de Europese kunststofindustrie EuPC (European association of plastics converters) en PlasticsEurope (Association of plastics manufacturers in Europe)